Content voor Ingelogde Gebruikers

Jennifer Roelofs

Ik heb gemerkt dat mijn kracht ligt in het helpen en motiveren van anderen

Jennifer Roelofs werd geboren in Rotterdam, maar groeide op in Sint Willebrord. Daar heeft ze tot haar 21ste gewoond als jongste van vier zussen. “Omdat er veel vooroordelen bestaan over Sint Willebrord, voelde ik me niet fijn op de middelbare school. Ik werd er ook erg gepest. Maar al ben ik van oorsprong een ‘Theikenaar’, toch voelde ik me daar helemaal niet thuis.

Op mijn vijfde zijn mijn ouders gescheiden; dan was ik in het weekend bij mijn vader in Roosendaal. Dat was best heftig, doordat hij psychisch belast was: hij was manisch-depressief en gameverslaafd. Doordat hij soms ook agressief was, was het geen veilige plaats. Ook wilde hij liever niet dat ik er was; daardoor voelde ik me heel alleen en afgewezen.

Na de scheiding van mijn ouders ontspoorde mijn op een na oudste zus. Ze werd agressief, ook verbaal, en wilde niet naar school. (Pas later bleek dat ze een IQ van 53 had.) Ik was bij haar mijn leven niet zeker; ze bedreigde me met de dood. Ze reed met de auto achter me aan en bedreigde ons vele malen, met verschillende voorwerpen die thuis voorhanden waren. Daardoor kwam ik als kind vaak in aanraking met de politie en voelde ik me altijd onveilig.

Daar begint eigenlijk mijn ervaringsverhaal en de schade die in mijn leven berokkend is. Daar komt nog bij dat ik twee maanden te vroeg geboren ben. Vaak hoor ik dat dat soort kinderen bepaalde problemen kunnen ondervinden. Zelf was ik altijd heel emotioneel en teruggetrokken en had ik last van depressies. Dat blijft nog steeds een aandachtspunt, maar ik durf nu om hulp te vragen als dat nodig is.

Omdat mijn moeder na de scheiding weer fulltime ging werken, ging ik naar een oppas, een jongen uit de straat die bij ons kind aan huis was. Daar ben ik van mijn zevende tot mijn negentiende aangerand. Het had een veilige plek moeten zijn, maar ik durfde er niets over te zeggen. Al voelde ik me daar, raar genoeg, veiliger dan bij mijn zus, want die gebruikte fysiek geweld.”

Van spoor wisselen

“Na de middelbare school in Rucphen ging ik naar het Kellebeek College, een mbo-school in Roosendaal. Daar volgde ik de opleiding kinderopvang, waarna ik bijna elf jaar in de kinderopvang heb gewerkt. Maar dat was meer omdat mijn zus me daartoe aanzette en we allemaal in de zorg zaten; zelf wilde ik eigenlijk liever bij de politie.

Op mijn negentiende heb ik het seksueel misbruik voor het eerst opgebiecht aan mijn toenmalige verloofde. Dat vond ik heel moeilijk. Ik dacht: misschien zie ik het verkeerd en is het niet zo bedoeld. Het laatste jaar van mijn studie kinderopvang was zwaar. Thuis was het onveilig, mijn zus heeft toen een tijd bij ons in huis gewoond met haar twee kinderen. Dit omdat er vaak ingebroken was in haar toenmalige woning.

Gelukkig heeft mijn docent me door het laatste jaar van mijn mbo-studie geloodst, waardoor ik mijn studie kon afmaken. Dat was mijn redding. Maar toen ik vervolgens in Eindhoven ging wonen, kwam alles er op lichamelijk vlak uit en kreeg ik een halve burn-out. Ook kreeg ik (volgens mij mede door mijn psychische gesteldheid) veel lichamelijke klachten: IBD – colitis ulcerosa (een auto-immuunziekte, die pas in 2020 ontdekt is) en een reumatische aandoening.

Uiteindelijk is de relatie met mijn toenmalige verloofde stukgelopen. Ik had te veel issues waar ik nog aan moest werken. Ik heb nog een jaar in de kinderopvang gewerkt, maar uiteindelijk ben ik weer bij mijn moeder in Sint Willebrord gaan wonen.

In 2012 heb ik een jaar de opleiding Jeugdzorg gevolgd. Tijdens de stage heb ik veel geleerd en mezelf ontwikkeld. Vervolgens heb ik toch weer met plezier in de Kinderopvang bij LPS gewerkt. Ook werkte ik nog vier jaar bij Stichting ZON, een organisatie in Bergen op Zoom voor kinderen met een lichamelijke en/of geestelijke beperking. Maar na een aantal jaren gewerkt te hebben in de kinderopvang, merkte ik dat het niet meer het werk was dat bij me paste. Soms blijf je uit loyaliteit vastzitten in je werk, terwijl je er niet op je plek bent. Dan moet je van spoor wisselen. Want je mag ook je eigen weg vinden en je hart volgen, zonder jezelf steeds aan te passen aan je omgeving. Toen is het balletje gaan rollen en ben ik mijzelf gaan omscholen.”

Hart onder de riem

“Na mijn laatste aangifte in 2014 kwam ik voor het eerst bij een psycholoog terecht. Toen begon mijn herstelproces; wel bleef ik hangen in mijn oude copinggedrag: een manier van overleven die niet meer nodig was. Daardoor duurde het lang voordat ik wist hoe ik met problemen moest omgaan. Twee jaar geleden is vastgesteld dat ik borderline en hechtingsproblematiek heb, en tijdens mijn borderlinetherapie heb ik geleerd om stil te staan bij wat ik voel en waarom ik doe wat ik doe.

Nu zie ik dat mijn kracht ligt in het ondersteunen van anderen en het motiveren om altijd door te blijven gaan. Temeer daar ik uit eigen ervaring kan spreken; dat kan ook iets positiefs zijn. Ik sta nu op de wachtlijst voor de training tot ervaringsdeskundige bij GGZ Westelijk Noord-Brabant.

Sindsdien wordt vaak gevraagd of ik iets kon doen als ervaringsdeskundige. Zodoende ging ik me daarin verdiepen en kwamen er dingen op mijn pad. Zo kreeg ik opeens een bericht van Frans Verberk, die vroeg of ik een stuk wilde schrijven over stigmatisering voor de zevende druk van ‘Verpleegkunde volgens het Neuman Systems Model’, dat begin 2021 uitkomt. Ik vond het een hele eer dat ik daar een bijdrage aan mocht leveren. En het is mooi als je een mogelijkheid creëert waar je passie ligt.

Als kind schreef ik al veel, en dat is alleen maar meer geworden. Ik heb nu ook een eigen website (www.worth2remember.com), waar ik onder meer foto’s, gedichten en blogs deel; daar haal ik veel voldoening uit. Ook wil ik mensen daarmee aansporen om niet met dingen rond te blijven lopen, maar hulp te zoeken. Dat kan heel bevrijdend werken. Zo kan ik anderen een hart onder de riem steken en weer op het goede spoor zetten. Velen schamen zich er echter voor om hulp te zoeken en denken: ‘ik moet me niet aanstellen en moet doorgaan’. Dat heb ik zelf heel lang gedaan.

Zelf ben ik twee keer opgenomen op de PAAZ. Dat was heftig, maar nodig om weer de juiste kant op te gaan. De laatste keer was afgelopen zomer om de juiste medicatie in te stellen, omdat ik door de coronatijd weer in een depressie was geraakt. Corona was voor mij een trigger: iets onheilspellends dat je kan doden. Dat gaf hetzelfde angstige gevoel als bij mijn zus. Ik sta nu aangemeld voor traumabehandeling om de grootste triggers weg te nemen.”

Licht aan het eind van de tunnel

“Ondanks EMDR-sessies ploppen soms onverwacht nog dingen op en merk ik dat ik nog niet helemaal hersteld ben. Lichaam en geest zijn één, waardoor je soms lichamelijke uitwerkingen hebt waarvan je denkt: hoe kan dat toch? Maar sinds ontdekt is dat ik afwijkende enzymen heb, is mijn medicatie daarop aangepast. En doordat mijn depressies nu beter onder controle zijn, voelt het leven een stuk lichter aan en onderneem ik veel meer. Mensen staan soms negatief tegenover medicatie, maar ik denk dat het je in bepaalde periodes kan ondersteunen om weer te gaan leven.

Zelf heb ik afgelopen jaar ervaren dat ik anderen moed in kon spreken en op een (zoals iemand zei) ‘poëtische’ manier de vinger op de gevoelige plek kon leggen. Ik heb het gevoel dat ik op de goede weg ben. Ik woon weer op mezelf en voel me sinds drie jaar weer veilig in mijn huis; heel belangrijk voor stabiliteit. Ik zit ook beter in mijn vel; er is weer licht aan het eind van de tunnel.”

Scroll naar boven