skip to Main Content

Rick van Diem

“Als hulpverlener én ex-cliënt kan ik cliënten meer vertrouwen geven” 

Rick van Diem (21) had een moeizame start met een moeilijke jeugd en een opname in de GGZ. Maar zijn contacten met een jongerenpanel brachten hem weer op het goede spoor. Nu heeft hij zijn roeping gevonden: in 2008 start hij met een opleiding voor hulpverlener in Rotterdam. Een gesprek over bemoeizuchtige buren en ellenlange wachttijden, maar ook hoe je op eigen houtje je grenzen kunt verkennen. 

Als kind werd Rick gefascineerd door avontuur. Net als veel leeftijdsgenootjes wilde hij brandweerman of vrachtwagenchauffeur worden. Minder onschuldig was dat hij in zijn jeugd heel gevaarlijke streken uithaalde, zoals fikkie stoken in huis. “Ik wist niet waardoor het kwam, en had er ook niet altijd controle over”, zo vertelt hij. “Rond mijn achttiende werd dit steeds ernstiger, waardoor ik mensen in gevaar bracht. Ook spijbelde ik veel. Thuis leverde dat veel spanningen op; er was constant ruzie. Mijn ouders konden het niet meer aan en zochten hulp voor mij. Onderzoek wees uit dat ik een lichte vorm van autisme had: het syndroom van Asperger. Informatie verwerken gaat bij mij minder snel dan bij een normaal persoon. Ook heb ik meer moeite met het aanvoelen van sociale interacties.” 

Kopjes langs je hoofd 

“Mijn ouders wilden me een tijdje uit huis hebben, omdat ze rust nodig hadden. Daar kon ik me wel in vinden. Echter pas een jaar na de intake kon ik in juni 2005 worden opgenomen op Jan Wierhof 3 [destijds een afdeling voor jongeren, SdL]. Ik zou zes weken ter observatie worden opgenomen; het werden echter tien maanden. De sfeer op de afdeling wisselde sterk. Vaak was het er gezellig, maar dat kon in een mum van tijd omslaan. Bij een separatie hing dagenlang een zware, bedrukkende sfeer op de afdeling. Je kon de spanning en de stress gewoon voelen. Soms sloegen bij mensen de stoppen door; dan vloog er opeens een kopje langs je hoofd. Heel vervelend om mee te maken. Om privacy redenen kregen we ook heel weinig informatie over de separatie. Terwijl daarmee de rust op de afdeling juist sneller zou terugkeren. Doordat je met 12 mensen 24 uur per dag op elkaars lip zit, was er ook weleens agressie. De leiding greep echter pas in als die er zelf getuige van was. Anders werd geen actie ondernomen, zelfs al was de hele groep erbij. Maar je kunt toch altijd met cliënten bespreken wat er is gebeurd? Hierin schoot de leiding erg tekort. Cliënten hadden geen inbreng; ze leken niet als volwaardig te worden beschouwd.” 

Dvd over wachten 

“Begin 2006 zat ik me de hele dag te vervelen bij Jan Wier. Op zoek naar vrijwilligerswerk kwam ik bij Zorgbelang terecht. Daar bleek Gabie Vlems nog mensen nodig te hebben voor een nieuw project: de Participatiewerkplaats Jeugd; daar werk ik nu zo’n anderhalf jaar. In een jongerenpanel bespraken we onze ervaringen in de psychiatrie en de jeugdzorg. Omdat we graag iets met film wilden doen, zocht Gabie mensen die ons daarbij konden helpen. Dit leidde tot een serie dvd’s. Na de inleidende trailer verscheen op 23 juni jl. de tweede aflevering. In november wordt de derde dvd gepresenteerd. 

Thema van de tweede dvd was ‘wachten’. Door de lange wachtlijsten moeten we maanden, soms zelfs jaren wachten: op een opname of onderzoek, op een gesprek met een hulpverlener, enzovoort. Hier willen we tegen vechten, door te tonen hoe vervelend dat wachten is. Zelf moest ik na mijn intake in 2004 ook zes maanden wachten op mijn eerste behandelgesprek. Gelukkig kon ik die tijd veraangenamen door mijn eigen kracht te ontdekken: lezen. Ze zeggen altijd dat je binnen negen weken geholpen wordt, maar negen van de tien keer lukt dat niet. Vaak is er gewoon geen plek, of hebben hulpverleners door het vele papierwerk weinig tijd. Soms is er echter sprake van laksheid, of worden cliënten domweg vergeten. Een meisje dat al zes maanden wachtte op een kamer, kreeg bij een telefoontje naar Kompaan te horen: ‘sorry, we zijn je vergeten! Er is allang een kamer vrij!’ 

Wij acteren overigens niet. Het script is gebaseerd op onze eigen ervaringen. Al improviserend vertellen we wat we zelf hebben meegemaakt. Soms ben je een hele dag aan het filmen, maar het is wel erg leuk en leerzaam.” 

Gaatje boren 

Medio 2006 ging Rick van de GGZ naar de RIBW (beschermd wonen). Eerst kwam hij in een woning voor jongeren in de Reeshof. “Die groep stuitte op tegenstand van de buurt; die dacht dat het om tbs’ers en criminelen ging. We mochten van de leiding niet eens barbecuen, omdat de buurt bang was dat we de boel in de fik zouden steken. Dat vond ik echt nergens op slaan. Ik dacht: de buurt heeft hier geen donder mee te maken. Als de leiding zegt dat iets mag, dan mag dat – punt! Desnoods houdt een begeleider een oogje in het zeil. Het toont duidelijk aan dat we niet voor vol worden aangezien. Het grootste stigma rond mensen met psychische problemen zit bij de hulpverleners. 

Pas heb ik in mijn nieuwe woonhuis in de Kasteleinslaan wél gezellig gebarbecued. Daar deden de buren niet moeilijk. Over een half jaar ga ik naar een huis in Oisterwijk voor mensen met een lichte vorm van autisme. Met goede begeleiding hoeft dat geen probleem te zijn. 
Overigens moet je bij de RIBW voor veel dingen toestemming hebben. Dat vind ik soms onzinnig. Thuis vraag je toch ook niet aan je buren of je een gaatje mag boren? Mensen mogen gerust kritiek geven of structuur aanbieden, als ze maar niet met allerlei smoesjes komen. Daar heb ik een grote hekel aan. Ze moeten ook niet bij voorbaat zeggen dat ik iets niet kan. Daarom ben ik erg te spreken over de Individuele Rehabilitatie-Benadering (IRB). Uitgangspunt is: kijk wat je nodig hebt en probeer het; wij helpen je wel. Zo leer je zelf je grenzen ontdekken.” 

Meerwaarde 

“Door mijn opname en mijn werk voor de Participatiewerkplaats is mijn interesse gewekt in jeugdzorg en psychiatrie. Ik heb het gevoel van: in deze sector wil ik werken. Daarom begin ik in januari 2008 met de SPW4-opleiding (sociaal-pedagogisch werker) aan het ROC Zadkine in Rotterdam. Mijn psychiater raadde mij dat overigens af. Volgens mij puur vanwege het feit dat ik Asperger heb, zonder te kijken naar de persoon die erachter zit. Maar ik wil altijd eerst zélf uitproberen of ik iets kan of niet. En mocht de opleiding niet lukken, dan heb ik het in ieder geval geprobeerd; dan zoek ik gewoon iets anders. 

Momenteel voel ik me nog niet sterk genoeg om bij een RIBW te werken. Ik moet er nog in groeien. Zo moet ik nog mijn sterke en zwakke kanten ontdekken, en zoeken naar de juiste mate van openheid. Cliënten mogen best weten dat ik zelf in de psychiatrie heb gezeten, maar ze hoeven niet mijn hele privéleven te weten. Want té grote openheid vertroebelt juist de relatie met de cliënt. Die balans leer ik wel in mijn opleiding. Overigens ga ik straks niet solliciteren in mijn eigen regio. Een groep die lijkt op mijn eigen woongroep vind ik geen probleem, maar een groep waar ik mensen van ken wel. 

Omdat ik weet dat ook cliënten hun kwaliteiten en hun goede kanten hebben, wil ik straks als hulpverlener begeleiden op het positieve, niet op het negatieve. En als ex-cliënt heb ik nog een extra pluspunt. Want in tegenstelling tot veel hulpverleners weet ik als ervaringsdeskundige hoe het is om opgenomen te zijn en wat je dan doormaakt. Zo kan ik meer begrip tonen en cliënten net dat beetje extra vertrouwen geven. Dat gevoel van: ‘hij veroordeelt ons niet’. Want ik weet hoe het is om veroordeeld te worden.” 

Dit interview, daterend uit 2007, is oorspronkelijk gepubliceerd op de website van het Kwartiermakersfestival Midden-Brabant. Met toestemming van de geïnterviewde wordt het nu ook geplaatst op de website van FAMEUS

Back To Top