skip to Main Content

Marjelle Brussee

“Op mijn diepste punt voelde ik: muziek en dans, dat ben ík!” 

Marjelle Brussee, afkomstig uit Roermond, had als kind al grote belangstelling voor spiritualiteit en diepgang. Een nieuwe levensfase met veel psychische onrust leidde een tijd terug tot een zware periode, die echter tevens een keerpunt vormde. Op haar dieptepunt ontdekte ze waar haar eigen kracht zat en waar ze energie van kreeg. 

“Ik had een heel instabiele jeugd waarin er veel fout ging; daardoor liep ik allerlei jeugdtrauma’s op. Ik heb een oudere zus en een jongere broer; alle drie gingen we op een eigen manier met die jeugdtrauma’s om en we zijn later ook alle drie onze eigen weg gegaan. Wel was ik heel hecht met mijn zus; met haar kon ik wel over die dingen praten. 

Doordat ik heel onzeker en bang was, werd ik op de lagere en middelbare school veel gepest, want kinderen voelden zoiets. Het was ook geen goede school, wat het alleen maar erger maakte. Daardoor was het een vrij treurige tijd met weinig contact; ik kwam er ontzettend onzeker uit.” 

Fantasiewereld 

“Ik was een heel levensbeschouwelijk kind, dat al heel jong filosofisch naar dingen keek en bezig was met de diepere lagen in het leven. Ik ging er al vanaf mijn zesde over schrijven en schreef ook gebedjes, maar vooral zoals mijn ouders het graag wilden horen. Want ik was heel goed in ‘pleasen’ en inspelen op verwachtingen van anderen. Als puber ontdekte ik dat ik anders was dan andere kinderen. Ik voelde me er wel heel alleen in, dat ik als enige zo met het leven bezig was. Er waren ook weinig klasgenoten waar ik een klik mee had. Als ik met andere meisjes besprak wat voor vriendje we wilden, zei ik dat een jongen wilde met diepgang. Dan keken ze me aan met een blik van ‘waar héb je het over?’ 

We gingen in onze puberteit wel naar christelijke jongerengroepen, maar waren daar vooral met de jongens bezig. Ik was echter zo verlegen als wat en vluchtte in mijn eigen fantasiewereld. Daar is als troost ook het schrijven van gedichten en verhalen begonnen. Rond mijn vijftiende stuurde ik weleens gedichten (met name over mijn eenzaamheid) naar het radioprogramma Candlelight. Als een gedicht van mij werd voorgelezen, vond ik dat als puber echt te gek. Via mijn verhalen en gedichten drukte ik ook uit hoe het met me ging. Zo stuurde ik ook ooit een verhaal naar een huis-aan-huisblad over een meisje dat zelfmoord wilde plegen. Daar is echter weinig mee gedaan. Mijn ouders waren er wel veel mee bezig, maar hebben het nooit structureel aangepakt; ze wisten er geen raad mee en hadden het te druk met zichzelf. Wel ben ik naar het RIAGG geweest en had ik gesprekken bij De Viersprong in Halsteren; daar werd ik echter niet opgenomen.” 

Eigen weg 

“Omdat ik les wilde geven in levensbeschouwing, studeerde ik van 1990 tot 1994 theologie. Overigens hoor ik nu liever niet meer bij een kerk of een andere club; anders vereenzelvig ik me daar te veel mee en raak ik iets van mezelf kwijt. Daar krijg ik het benauwd van. Liever ga ik mijn eigen weg, al voelt dat soms ook heel eenzaam en onzeker. 

Vanwege mijn behoefte aan rust, natuur en andere energie ben ik op een gegeven moment naar Diessen verhuisd. Ik voelde me ook niet meer veilig in Tilburg; ik ben heel gevoelig voor de sfeer in de stad. In die tijd ontdekte ik ook dat ik hooggevoelig ben en waarschijnlijk ook hoogbegaafd. Daardoor begreep ik dat het niet alleen aan mijn trauma’s lag dat ik zo moeilijk mijn draai kon vinden in deze wereld en dat ik ook daarom mijn eigen weg moest zoeken. Daar heb ik onder meer natuur en stilte voor nodig. Al kan de stilte hier ook weer makkelijk leiden tot isolement. Ook is het hier bekrompener en geslotener; in een stad is de energie vrijer en zijn er meer mensen die op een alternatieve manier leven. Toch zou ik niet meer terug willen naar de stad. 

Als je je afsluit, kom je al snel terecht in vooroordelen. Al komt daar ook snel weer een opening in. Soms leg ik op straat via mijn hond onverwachte contacten; wat dat betreft heeft zo’n dier een mooie sociale functie. Het is een bordercollie, Bordy. Ik heb hem nu zo’n tien jaar. In het begin vond ik het heel spannend, omdat we nu aan elkaar vastzaten. Maar ik heb er veel van geleerd, bijvoorbeeld dominant durven zijn en mijn kracht laten zien. Want een hond moet je duidelijk laten merken dat je de baas bent, en dat is niet mijn sterkste kant. Het werkt ook therapeutisch, doordat je verantwoordelijkheid krijgt. Ook geeft het me structuur, met name via het uitlaten.” 

Gevarenzone 

“Ik zit nu in de overgang: een soort tweede puberteit, waarbij ik in een andere levensfase kom met veel chaos, vooral op psychisch terrein. Met mijn eigen verhaal escaleerde dat helemaal; daardoor ging het een tijdje terug niet goed met mij. Ik was wanhopig en wist niet meer wat ik met mijn leven moest. Hoewel ik van alles had geprobeerd op het gebied van werk, relatie en zorg voor mezelf, had ik het gevoel dat ik het daarmee niet redde en dat het allemaal vastliep; dat was heel akelig en beangstigend. Ik zat in een soort angstkramp. Wel probeerde ik een dagstructuur aan te houden en mijn oefeningen te doen, al werd dat steeds zwaarder. Ondertussen zat ik alsmaar te wachten tot ik bij de ggz terecht kon. Dat ging met heel heftige emoties gepaard, want je vraagt niet zomaar om een opname. Toen dat werd afgewezen, kwam ik echt in de gevarenzone; voor het eerst van mijn leven dacht ik aan zelfmoord. Ik kan me nu ook wel voorstellen dat mensen dat doen in zo’n fase. 

Thuis zat ik in mijn eentje weg te zakken; voor mijn gevoel kwam ik in een overlevingsmodus. Dan voel je geen pijn meer, maar zit je in een soort verdoving. Ik had het gevoel dat ik iets moest doorbreken en besloot twee weken naar mijn zus in Amsterdam te gaan. Zo kwam ik in beweging en gaf ik mezelf een prikkel van buitenaf. Twee weken bij mijn zus gaan logeren is ook iets wat ik normaal nooit zou doen; vanwege mijn hooggevoeligheid en omdat mijn zus met een aantal dingen heel anders omgaat dan ik, vind ik dat ook veel te eng. Het was echter een noodgreep: ik wilde mezelf uitdagen tot het uiterste door juist iets te doen wat ik heel spannend vond, om zo uit mijn kramp te komen. Een soort reset. Ik hoopte dat dat me zou helpen om het in mezelf op te pakken.” 

Omkeerpunt 

“Mijn zus en haar man boden me de gelegenheid om daar te zijn en hebben gedaan wat ze konden, maar ik heb mezelf geholpen. Ik was blij dat ze me de ruimte gaven en niet in de zorgrol gingen door van alles voor mij te gaan doen. Dat is wel een kracht, als mensen dat kunnen – terwijl ik toch behoorlijk wanhopig was. Soms kon ik mijn verhaal bij hen kwijt, al had mijn zus ook haar eigen perikelen. Daarom was ik blij toen ik weer thuis was en weer op mijn eigen manier kon leven. Maar het was belangrijk dat ik bij mijn zus terecht kon, want ik zat echt op mijn dieptepunt. Ik heb het gered, al speelde het zich voor mijn gevoel af op een heel enge rand tussen leven en dood en tussen gezondheid en waanzin. Ik heb echt in de afgrond gekeken; het is bijzonder dat je tóch de kracht kunt vinden om erdoorheen te komen. Het omkeerpunt was dat ik op een heel diep niveau besefte: ik moet het zelf doen, al voel ik me nog zó hulpeloos en wanhopig. Je moet je eigen unieke manier vinden om eruit te komen. Dat is ook het enige wat echt zelfvertrouwen geeft. 

Op mijn diepste punt kwam ik erachter welke dingen mij in leven houden of terug in de realiteit brengen. Dat kan niemand anders voor jou doen; dat hoort bij jouw eigen eenzame weg en bij hoe jij eruit komt. Zelf merkte ik dat ik meer in mijn lijf kwam als ik ging skaten in het Vondelpark. Daardoor kreeg ik meer contact met de realiteit en meer energie; dat voelde heel fijn. Ook voelde ik: muziek en dans, dat ben ík! Ook in zingen en schrijven kan ik mijn hele ziel leggen; zo krijg ik weer contact met iets levendigs in mezelf. Dáár moest ik het zoeken, niet in het roepen om hulp. Al wil dat niet zeggen dat ik een Einzelgänger ben, want ik heb ook gevoeld hoe dat echt contact met mensen om me heen me energie geeft; ook dat is een krachtbron die me gezond maakt. Als ik echt contact kon maken met mijn zus, ging het weer helemaal stromen en was ik weer helemaal uit mijn angst. Maar hoewel ik het liefst de hele dag onder de mensen zou willen zijn, heb ik vanwege mijn hooggevoeligheid ook veel tijd voor mezelf nodig. Dit ‘onderhoud aan de basis’ is nodig voor mijn balans en gezondheid. Al is het soms verwarrend hoe die balans bij mezelf is: wat wil ik zelf en wat is me aangepraat? Soms weet ik niet wat ik zelf nodig heb, al wordt het steeds duidelijker.” 

Luisterende houding 

“Het gaat beter met me, al ben ik nog in behandeling bij de ggz. Ook zoek ik naar begeleid werk voor meer structuur, al vraag ik me soms af of dat niet is uit angst dat ik het alleen niet red; dat is nog een innerlijk spanningsveld. Overigens is er bij de ggz weinig aandacht voor zaken als zingeving: wat is mijn pad? Laatst had ik het met mijn behandelaar over luisteren. Echt luisteren is het moeilijkste wat er is; het vraagt een soort meditatieve houding. Om echt naar een cliënt te kunnen luisteren, moet je ook goed naar jezelf kunnen luisteren. Voor mij is die verbinding met het spirituele de basis voor genezing. Dat mis ik bij de ggz; daar is het nog te veel pappen en nathouden. Hoewel medicatie soms nodig is om je problemen te hanteren, kun je er pas echt uit komen met iemand die echt naar je luistert. Vaak echter zijn ze druk met therapieën en behandelingen zonder dat ze echt present zijn. Hulpverleners denken erg in oplossingen en plaatsen iemand graag in een hokje – maar om iemand echt uit een crisis te helpen, moet je vanuit je hart en je intuïtie naar de ander kunnen kijken. Dit soort presentie oefen je veel in het boeddhisme; daarom zijn in Amerika veel therapeuten ook boeddhist. Het mooie van zo’n luisterende houding is dat je iemand werkelijk de ruimte geeft; daardoor kan de oplossing helemaal vanuit hemzelf komen. Onderbewust weet die het antwoord vaak al zelf; hij moet daar alleen het vertrouwen in krijgen. Zo’n klankbord, iemand die jou ziet en echt naar jou luistert, is ook het mooiste wat je aan een kind kunt geven. Veel mensen lopen echter vast omdat ze thuis zo’n basis nooit gehad hebben.” 

Spirituele gemeenschap 

“Overigens is het herstelproces iets waar we in essentie geen greep op hebben. Waarom werkt iets bij de ene persoon wél en bij de andere niet? En waarom pleegt de een zelfmoord en komt de ander er wél uit? Zoiets heb je niet in de hand, want iedereen is een vrije ziel en heeft de vrijheid om er op eigen manier mee om te gaan. Maar als je iemand met een doodswens voor 100 procent accepteert, kan dat zelfs een keerpunt worden, omdat hij zich daarin helemaal gezien voelt. Ik geloof heilig in die weg. De houding van de hulpverlener moet zijn: ik laat de cliënt het zelf uitzoeken, maar ik ben er wel voor hem. Dat is heel wat anders dan iemand zomaar laten vallen. 

Als cliënt moet je ook niet alles uit handen geven, maar ook zelf blijven zoeken en nadenken. Daar is voor iedereen nog een hele weg te gaan, maar er zit wel beweging in. In dit kader zou het mooi zijn als FRITS [een nieuw herstelproject van FAMEUS in een voormalig klooster bij Baarle-Nassau, waar mensen in alle rust weer op krachten kunnen komen en waar Marjelle zeer in geïnteresseerd is, SdL] een soort spirituele gemeenschap zou worden met een bepaalde energie, die mensen het gevoel geeft dat ze er helemaal mogen zijn en het vertrouwen geeft dat ze er helemaal uit komen en zelf weer dingen kunnen oppakken. Als je er gewoon mag zijn zonder dat ze gaan sturen, zou je mensen al heel veel geven.” 

Back To Top