Content voor Ingelogde Gebruikers

Dennis Verwijmeren

“In een helder moment besloot ik weer de regie over mezelf te nemen” 

Dennis Verwijmeren is een toonbeeld van veerkracht. Ondanks een nare jeugd en een lange geschiedenis van druggebruik (vooral om de pijn te verdoven) wist hij toch weer grip te krijgen op zijn leven. Bij zijn herstel speelde sporten – vooral hardlopen – een belangrijke rol. 

“Ik kom uit een verwaarloosd gezin en werd aan mijn lot overgelaten. Ik heb één zus, waar ik geen contact meer mee heb. Thuis werd ik geestelijk mishandeld en groeide ik op tussen drugs en wapens. Via drugs ontsnapte ik uit mijn gedachten en de ellende thuis. Op mijn veertiende werd ik uit huis geplaatst. Het was echter niet fijn bij Jeugdzorg; het kind speelt eigenlijk geen rol. Ik wilde vertellen over mijn jeugdtrauma’s en hoe ik me voelde, maar daar vroeg niemand naar. Wel werd ik steeds afgerekend op mijn gedrag. Ik zat vol verbale agressie en schreeuwde het soms uit van de druk in mijn hoofd. Dan sprongen er zes man bovenop me.

Zo verloor ik mijn vertrouwen in de hulpverlening. Ik had iemand nodig die vroeg: ‘hoe gaat het écht met je?’ Of ‘wat is er gebeurd dat je uit huis bent geplaatst?’ Dan was ik niet zo gesloten gebleven. Later bij de ggz hield ik vijftien jaar mijn mond en deed ik aan zelfmedicatie. Ook viel ik tot mijn negenentwintigste steeds weer terug in mijn verslaving en ging ik weer gebruiken.” 

“Door de trauma’s en het druggebruik werd ik al vroeg psychotisch. Al rond mijn elfde kreeg ik stemmen in mijn hoofd; waarschijnlijk gecreëerd om niet te voelen wat zich thuis afspeelde. Rond mijn dertiende kreeg ik mijn eerste psychose, waarbij ik bijna een eind aan mijn leven maakte. Overigens was ik volgens mijn artsen ook zonder drugs wel psychotisch geworden, omdat ik erfelijk belast was door psychische kwetsbaarheden in mijn familie. Zo was mijn vader een narcist en een alcoholist. Later kreeg ik de diagnose ‘paranoïde schizofrenie’. In Tilburg heb ik zowat alle gesloten en open opnameafdelingen gehad. Mijn zwaarste psychose had ik rond mijn achttiende; ik zat toen een jaar op de gesloten afdeling van de PAAZ van het Elisabethziekenhuis. Een jaar later ging ik naar een jeugdafdeling op de Jan Wierhof. Daar leidde ik de begeleiding om de tuin door te vertellen wat zij willen horen.

Door alle psychoses werd ik volgedouwd met medicijnen, waardoor ik een wandelende zombie werd. Zo kreeg ik dagelijks 40 mg Zyprexa en 150 mg Tranxène en onder meer diazepam, oxazepam en risperdal. Uiteindelijk bleek Seroquel goed te werken. Ik begon met een dosis van 1100 mg. Eigenlijk was het onverantwoord hoog (de gemiddelde onderhoudsdosis is 300 mg), maar ik was echt ziek in mijn hoofd.

 Ik stopte een half jaar met alcohol en drugs, tot het me te veel werd en ik weer ging drinken. Pas later besefte ik dat ik mezelf verdoofde om alle pijn niet te voelen van mijn jeugd en mijn leven in de psychiatrie. Als je dan van je verslaving af bent, komt alles met lichtsnelheid terug in je hoofd. Dat was heel angstig; ik wist niet wat me overkwam.”

Helder moment 

“Toen ik eens in het ziekenhuis lag met een geklapte blindedarm, was er een zuster die heel betrokken was en echt luisterde. Toen ik haar over mezelf vertelde, voelde ze ook pijn. Verder adviseerde ze me om te gaan afvallen. Door mijn alcoholverslaving woog ik namelijk op een gegeven moment 150 kilo. Ook had ik hart- en leverproblemen en had ik last van mijn suiker. Ik besloot toen weer te gaan sporten, en binnen twee jaar was ik 70 kilo afgevallen: de eerste stap om mijn gezondheid terug te krijgen. Sporten vormt sinds een jaar of vier een groot onderdeel van mijn herstel; ik had iets nodig om mijn energie in kwijt te kunnen en mijn hoofd leeg te maken. Bij stress of paniek ging ik lopen of trainen en matte me dan helemaal af, waardoor ik na afloop helemaal leeg was. Ook na een half uurtje lopen voel je je na afloop weer beter. Sindsdien ben ik blijven sporten, al viel ik af en toe nog terug in drugsgebruik. 

Op mijn dertigste liet ik me opnemen, omdat ik van de alcohol af wou. Ik kwam op een open afdeling op de Baden Powelllaan terecht en heb sindsdien geen druppel alcohol meer gedronken. Mede door ondersteunende medicatie als Refusal lukte het me om clean te blijven. Ik kreeg weer een zelfstandige woning, maar omdat ik mijn trauma’s nog steeds niet verwerkt had, ging ik weer harddrugs gebruiken. Ik werd uit mijn woning gezet en leefde een half jaar op straat. Tijdens een helder moment dacht ik: ‘Om er weer bovenop te komen, neem ik weer de regie over mezelf en laat ik zien dat de hulpverlening mij niet had mogen opgeven.’

Ik meldde me (ik was toen 32) bij Traverse op de Gasthuisring. Dat was de hel op aarde; je slaapt daar met 40 man op een slaapzaal. Na een paar maanden kreeg ik een aanbod: als ik een half jaar clean kon blijven, mocht ik naar een open afdeling met vervolgbehandeling. Dat was een heel gevecht, maar het lukte me. Die open afdeling was De Gaarshof in Baarle-Nassau: een groot gebouw in een vriendelijke landelijke omgeving. Daar zitten allerlei soorten mensen door elkaar, ook met verslaving. Ik trapte weer in mijn eigen val: zodra ik weer begon na te denken, ging ik me weer verdoven met drugs. In De Gaarshof kreeg ik een ander behandelteam dat mijn dossier niet kende; daardoor hadden ze een blanco blik. Mijn behandelaar was een jonge man met wie ik al meteen een klik had en die aan mijn gezicht mijn innerlijke pijn zag. Ik vertelde over mijn verleden en dat ik drugs gebruikte om mijn gedachten onder controle te houden. Daar gingen we mee aan de slag en na een half jaar stopte ik definitief met de drugs. Ook werden mijn medicijnen afgebouwd. Voor structuur en daginvulling ging ik vrijwilligerswerk doen. 

Na een jaar op de Gaarshof vonden ze me klaar om zelfstandiger te gaan wonen via Beschermd Wonen. Zo kwam ik begin 2013 in Breda terecht. Toen had ik de keuze: stap ik weer in de oude valkuil van de drugs, of laat ik me echt helpen door de hulpverlening? Ik had een behandelaar die ik vertrouwde en sprak voor het eerst met een psycholoog. Hij merkte dat mijn opgekropte spanning en woede me alsmaar triggerde om te gaan verdoven. Om die vicieuze cirkel te doorbreken, adviseerde hij EMDR (traumatherapie). Dat gaf iets meer rust, al waren de sessies wel zwaar.”

 Mensen inspireren 

“In 2013 kwam ik voor het eerst een ervaringsdeskundige tegen, met wie ik een goed gesprek had. Hij had ook een verslavingsachtergrond en ik zag hoe hij nu in het leven stond. Ik dacht: wow, ik wil ook net zo stabiel zijn! Op zijn advies volgde ik in 2014 de cursus ‘Herstellen doe je zelf’. Zo kreeg ik meer inzicht hoe ik mijn toekomst wilde indelen. Ook voelde het vertrouwd om ervaringen te delen in de groep; dat was helend en luchtte op. Omdat ik meer structuur wilde, werd ik lid van de cliëntencommissie. Wel kreeg ik nog therapie, om zo te laten controleren dat het echt goed met mij bleef gaan. Want ze wisten dat ik heel slim was en ze voor de gek kon houden. 

Daarna deed ik in 2015 nog cursussen ‘Werken met eigen ervaring’ en ‘De Verdieping’. Ook werd ik meer betrokken bij FAMEUS, want ik wilde graag ervaringsdeskundige worden en was al redelijk stabiel. Mijn verslavingen had ik onder controle, en mocht ik terugvallen, dan had ik handvatten aangeleerd om actie te ondernemen voordat ik drugs ging gebruiken. Ook had ik inmiddels de problemen aangepakt waarom ik steeds in gebruik verviel en had ik geen last meer van mijn trauma’s. Verder had ik geaccepteerd wat er in mijn jeugd was gebeurd en dat ik voorheen nooit gehoord werd door de hulpverlening. Ook wilde ik niet steeds meer terugkijken op wat was misgegaan in het verleden, maar me richten op de toekomst.

In 2016 werd ik vrijwilliger bij FAMEUS. Daar heb ik veel geleerd: met mensen omgaan, mijn herstelverhaal vertellen zodat mensen daar kracht uit kunnen halen; ook ben ik nu gastdocent. Op 10 juni stond ik bij een stand van FAMEUS op de Dag van Herstel in Breda; aan bezoekers vertelde ik mijn verhaal en welke cursussen en opleiding ik ga doen. Ik zei: als je gemotiveerd bent, kun je dat zelf ook gaan doen. Daar raken mensen geïnspireerd van; je geeft ze hoop en kracht. Het is mooi om te zien dat je iemand zo vanuit eigen herstel kunt motiveren; daar wil ik ook mijn beroep van maken. Het leven stopt niet met een psychische kwetsbaarheid of een verslaving, en je bent ook meer dan dat.

In september ben ik gestart met een opleiding tot ervaringsdeskundige; daarna wil ik individueel of in groepsverband met cliënten gaan werken. Ik moet nog stagelopen, maar als ik kijk wat ik tot nu toe heb bereikt, heb ik daar wel vertrouwen in. Het is uitdagend werk en ik krijg ook veel waardering. Reguliere hulpverlening en ervaringsdeskundigen vullen elkaar aan. De meeste behandelaars hebben het uit een boek, terwijl ik zelf ervaring heb met verslaving en psychiatrie. Daarom kunnen hulpverleners en ervaringsdeskundigen het beste samenwerken; ook in het belang van de cliënt. Ik heb geleerd dat ik meer kan bereiken door samen te werken met hulpverleners dan door me steeds af te zetten. Wel moet ik mijn eigen identiteit als ervaringsdeskundige bewaken, anders ga ik hetzelfde doen als een reguliere hulpverlener. Mijn kracht ligt in mijn eigen ervaring. 

Mijn kwetsbaarheid speelt nu nog maar een ondergeschikte rol. Wel moet ik alert blijven op waarschuwingssignalen, zodat ik op tijd mezelf kan ‘repareren’ (hulp inschakelen, rust pakken of gaan sporten). Vijf stappen voor een crisis ga ik al handelen zodat ik er niet in terecht kom. Dankzij zelfinzicht en tools uit cursussen als de WRAP heb ik handvatten voor als ik me depressief of ongelukkig voel.”

Diagnose niet meer op het voorhoofd 

 “Sporten en herstel gaan mooi samen. Zo ben ik gestart met een hardloopgroepje; dat geeft veel voldoening. Ik vind het een fijne afleiding en merk dat veel mensen er weer gelukkig van worden. Soms hebben ze een slechte week gehad, maar door het lopen zijn ze het even kwijt en is hun hoofd even leeg. Dat vinden ze fijn. Pas had ik iemand die voor het eerst 5 kilometer liep en dolgelukkig weer naar huis ging. Toch ga ik niemand pushen; het moet uit die persoon zelf komen. Soms stel ik gewoon voor om samen boodschappen te doen. Of we gaan wandelen, waarbij we wat praten en ervaringen delen. Ik noem dat ‘herstelondersteunend lopen’. Het gaat erom dat je iemand uit zijn vertrouwde omgeving krijgt en zelf laat ervaren dat hij ondanks alle hospitalisatie veel potentie heeft. Wel moet hij vertrouwen in je hebben; daartoe kan ik wat van mijn herstelverhaal vertellen.

 Vroeger had ik het woord ‘schizofreen’ op mijn voorhoofd staan. Als je voor het eerst zo’n diagnose krijgt, krijg je wel een tik. Nu leef ik er niet meer naar, al weet ik dat ik een kwetsbaarheid heb. Maar het stigma dat ik jarenlang voelde, heb ik niet meer. Dat kan ik nu ook uitdragen. Daarom doe ik sinds vorig jaar mee aan de Tilburg Ten Miles, om te laten zien dat ik het kan. Ook heb ik eind september voor het eerst meegelopen met de Socialrun, een hardloopestafette over 555 kilometer om de stigmatisering rond psychiatrie aan te pakken. Vijf jaar geleden was mijn doel: gaan hardlopen en stoppen met roken – en het is me gelukt. Maar als ik een beslissing neem over mijn toekomst, ga ik er ook voor de volle honderd procent voor. 

Het mooie van een ervaringsdeskundige is dat die vaak sterker uit een kwetsbare periode komt; daar kunnen anderen inspiratie en kracht uit halen. Ik heb al tientallen keren mijn herstelverhaal gedaan. Daarbij begin ik bij het herstel en hoe sporten daarbij geholpen heeft. Pas kreeg ik na een gastles een compliment dat ik zo kalm en ontspannen mijn verhaal deed. Het triggert bij mij ook niets meer en ik voel dat mensen geïnspireerd raken. Maar als ik niets meer te doen heb, ga ik lekker op de bank liggen en luister ik naar muziek. En morgen is er weer een dag…” 

Scroll naar boven